Coronaprotocol

Elektroraad is gestart met de cursus 'Nieuw in NEN 1010:2020'. Klik hier voor meer informatie.

BEL
0318 - 631 670

Home - Poll overzicht

Poll overzicht

De afkorting RCBO in NEN 1010:2020 staat voor ‘toestellen voor aardlekbeveiliging zonder geïntegreerde overstroombeveiliging’.

Fabel
84% (102 stemmen)
Feit
16% (20 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 122

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord is fabel.
Dat antwoord is te ontlenen aan bepaling 2.530.3.18 van NEN 1010:2020.

Onderbouwing van het antwoord

In de bepaling 2.530.3.18 van NEN 1010:2020 staat onder andere: ‘RCBO is de afkorting van ‘residual current-breaker with overload protection’. In het Nederlands is dat ‘aardlekschakelaar met overstroombeveiliging’.
In de nieuwe editie van NEN 1010 staan veel nieuwe afkortingen. Van de afkortingen die te maken hebben met aardlekschakelaars, vind je hierna een overzicht. In de kolom met Nederlandse termen hebben we daarbij de termen vermeld die we doorgaans hanteren in de markt.

afkorting

Engelse term

Nederlandse term

RCD

Residual Current Device

toestel voor aardlekbeveiliging

RCCB

Residual Current Circuit Breaker

aardlekschakelaar

RCBO

Residual Current Breaker with Overcurrent protection

aardlekautomaat

RCM

Residual Current Monitor

lekstroombeveiliging

MRCD

Modular Residual Current Device

modulair toestel voor aardlekbeveiliging

CBR

Residual Current Sensitive Device

vermogensschakelaar met lekstroombeveiliging

 

Volgens NEN 1010:2015 mag je installatiedraad toepassen in een wandgoot.

Feit
72% (147 stemmen)
Fabel
28% (58 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 205

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: feit.
Je mag installatiedraad toepassen in een wandgoot.

Onderbouwing van het antwoord

In hoofdstuk 52 van NEN 1010:2015 wordt de keuze en installatie van leidingsystemen beschreven. Aan het begin van hoofdstuk 52, namelijk in bepaling 521.1, staat het volgende:

De installatiemethode van een leidingsysteem (…) moet, met betrekking tot de soort geleider of kabel, zijn gekozen overeenkomstig tabel 52.A.1, (…).

Op de vraag of we nu wel of geen installatiedraad in wandgoot mogen toepassen, vinden we het antwoord via deze bepaling in tabel 52.A.1. In tabel 52.A.1 vind je namelijk welke soort geleider of kabel zijn toegelaten met betrekking tot de manier van installeren.

Het is van belang om te weten dat  NEN 1010 de term wandgoot niet kent. In NEN 1010 heet dit een kabelgoot. En installatiedraad heet in tabel 52.A.1 een geïsoleerde geleider. Hieronder zie je een fragment van deze tabel met de onderbouwing van de stelling.

Zoals je ziet is de combinatie wandgoot met installatiedraad toegelaten. De stelling is dus een feit.

Volgens NEN 1010:2015 mag een schakelader de kleur bruin hebben.

Feit
55% (148 stemmen)
Fabel
45% (122 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 270

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: feit.
NEN 1010:2015 eist dat een schakeldraad zwart of grijs moet zijn, maar een schakelader mag naast zwart of grijs, ook bruin zijn. 

Onderbouwing van het antwoord

Een schakelader is anders dan een schakeldraad. Een ader is namelijk onderdeel van een kabel. Bij bijvoorbeeld een YMvK 3x2,5 mm2 heb je dus drie aders en niet drie draden. In de meeste gevallen hebben die aders dan de kleur bruin, blauw en groen-geel. Onder draad wordt installatiedraad verstaan. Dit noemen we in de praktijk ook wel VD(-draad).

Er wordt in de stelling gesteld dat een schakelader de kleur bruin mag hebben. En dat is een feit. Dit is gebaseerd op bepaling 514.3.6 van NEN 1010:2015. In die bepaling lees je dat een schakelader de kleuren bruin, zwart of grijs mag hebben.

In dezelfde bepaling lees je ook dat dit voor een schakeldraad net iets anders is geregeld. Een schakeldraad mag namelijk zwart of grijs zijn. En dus niet bruin.

 

NEN 1010:2015 eist bij een inspectie van een nieuwe installatie een beproeving op het ononderbroken zijn van zowel beschermingsleidingen als fase- en nulleidingen in ‘normale’ eind- en distributiegroepen.

Fabel
51% (85 stemmen)
Feit
49% (81 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 166

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: fabel.
NEN 1010:2015 eist dit alleen voor beschermingsleidingen in ‘normale’ eind- en distributiegroepen. 

Onderbouwing van het antwoord

Volgens de stelling eist NEN 1010 een beproeving op het ononderbroken zijn van beschermings-, fase- en nulleidingen in gewone groepen bij een inspectie van een nieuwe installatie. In het inspectiedeel (deel 6) van NEN 1010 vinden we of dit een feit of fabel is.

NEN 1010 heeft deel 6 in twee hoofdstukken opgedeeld. Hoofdstuk 61 (Eerste inspectie) en hoofdstuk 62 (Periodieke inspectie). In de stelling gaat het om een inspectie van een nieuwe installatie, dat noemt NEN 1010 een ‘eerste inspectie’ (hoofdstuk 61 dus).

In hoofdstuk 61 bij bepaling 61.3.2 vinden we vervolgens wat NEN 1010 eist aan beproeving op het ononderbroken zijn van geleiders:

Een beproeving op het ononderbroken zijn van geleiders moet worden uitgevoerd op:

  1. beschermingsleidingen, met inbegrip van beschermende en aanvullende vereffeningsleidingen en
  2. in het geval van ringeindgroepen, actieve geleiders.

In ‘gewone’ eind- en distributiegroepen (en dus geen ringeindgroepen) moet een beproeving worden uitgevoerd op beschermingsleidingen en niet op actieve geleiders, zoals fase- en nulleidingen.

Let wel op dat NEN 1010 hier onder beschermingsleidingen ook beschermende en aanvullende beschermende vereffeningsleidingen verstaat. Die moeten dus ook beproefd worden op het ononderbroken zijn daarvan.

NEN 1010:2015 is niet van toepassing op schrikdraadinstallaties.

Feit
52% (160 stemmen)
Fabel
48% (148 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 308

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: feit.
NEN 1010:2015 is niet van toepassing op schrikdraadinstallaties.
 

Onderbouwing van het antwoord

Om erachter te komen of NEN 1010 nu wel of niet van toepassing is op schrikdraadinstallaties, is redelijk eenvoudig. NEN 1010 omschrijft dit namelijk in het toepassingsgebied. Met andere woorden, er wordt benoemd waar NEN 1010 op van toepassing is en waar niet. In bepaling 11.3 staat dat NEN 1010 niet van toepassing is op elektrische schrikdraadinstallaties.

Het is vervolgens wel van belang om te weten wat er onder een schrikdraadinstallatie wordt verstaan. Waar begint en eindigt de schrikdraadinstallatie?

Een schrikdraadinstallatie bestaat uit een samenstel van elektrisch materieel, leidingen en bijbehoren van leidingen aangesloten op een spanninggever. Een spanninggever is een toestel dat is bestemd voor het periodiek afgeven van elektrische pulsen aan een daarop aangesloten schrikdraadinstallatie. Dit geheel vormt de schrikdraadinstallatie. En hierop is NEN 1010 dus niet van toepassing. De groep waarop de spanninggever is aangesloten moet dan wel weer voldoen aan NEN 1010.

De schrikdraadinstallatie moet overigens wel voldoen aan een ‘eigen’ norm. Dit is NEN 5237. Wil je dus weten waar de schrikdraadinstallatie aan moet voldoen, dan moet je die norm hanteren.

Beschermende vereffening van vreemde geleidende delen van de gebouwconstructie is een onderdeel van ‘basisbescherming tegen elektrische schok’ volgens NEN 1010:2015.

Fabel
55% (137 stemmen)
Feit
45% (112 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 249

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: fabel.
 

Onderbouwing van het antwoord

NEN 1010:2015 schrijft een aantal beschermingsmaatregelen voor. Die vind je in deel vier van de norm. In dit deel, dat bestaat uit meerdere hoofdstukken, vinden we een hoofdstuk dat gaat over de beschermingsmaatregelen tegen schok. Hoofdstuk 41 om precies te zijn.

De beschermingsmaatregelen tegen schok worden vervolgens opgedeeld in twee verschillende vormen. Basisbescherming en foutbescherming. Voor de beschermingsmaatregel ‘automatische uitschakeling van de voeding’ is dit als volgt verwoord:

Automatische uitschakeling van de voeding is een beschermingsmaatregel waarbij:

  • basisbescherming tot stand wordt gebracht door fundamentele isolatie van actieve delen of door afschermingen of omhulsels in overeenstemming met bijlage 41.A en
  • foutbescherming tot stand wordt gebracht door beschermende vereffening en automatische uitschakeling van de voeding bij het optreden van een fout in overeenstemming met 411.3 t.m. 411.6.

(…).

Zoals je bij het tweede aandachtsstreepje kan lezen is beschermende vereffening dus onderdeel van foutbescherming en niet van basisbescherming.

In een ruimte met bad of douche is volgens NEN 1010:2015 een vermaasd vereffeningsnetwerk (aardmat) vereist om te voldoen aan de eisen van aanvullende beschermende vereffening.

Fabel
52% (116 stemmen)
Feit
48% (107 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 223

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: fabel.
 

Onderbouwing van het antwoord

In een ruimte met bad of douche eist NEN 1010:2015 aanvullende beschermingsmaatregelen tegen schok. In bepaling 701.415.2 lezen we dat bereikbare vreemd geleidende delen binnen een ruimte die een badkuip en/of douche bevat aanvullend moeten worden vereffend.

Ook de badkamervloer kan een vreemd geleidend deel zijn. Dat is bijvoorbeeld zo als een betonvloer geleidend is geworden door de betonwapening. De vloer moet dan opgenomen worden in de aanvullende beschermende vereffening.

Om dit te bereiken kunnen we verschillende middelen gebruiken. Eén van deze middelen kan een aardmat zijn. Deze uitvoering schrijft NEN 1010 niet verplicht voor. Je zou er bijvoorbeeld ook voor kunnen kiezen om het wapeningsstaal te gebruiken om de vereffening tot stand te brengen.

Het aanvullend vereffenen van (de bereikbare vreemd geleidende delen in) de vloer is dus een eis. Maar het is geen eis om dat met een aardmat te doen. Daar ging de stelling wel vanuit. De stelling is daarom een fabel.

Volgens NEN 1010:2015 mag er in een laadpaal niet meer dan één aansluitpunt per groep aangesloten worden.

Fabel
62% (137 stemmen)
Feit
38% (84 stemmen)
Totaal aantal stemmen: 221

ANTWOORD: 

Het juiste antwoord op de stelling is: feit.
 

Onderbouwing van het antwoord

De onderbouwing voor dit antwoord vinden we in een apart hoofdstuk van NEN 1010:2015, namelijk 722. Dit is het hoofdstuk dat gaat over ‘laadinrichtingen voor elektrische voertuigen’. Een laadpaal zoals in de stelling bedoeld valt onder zo’n laadinrichting.

Daarnaast is het belangrijk om te weten wat NEN 1010 precies verstaat onder ‘aansluitpunt’. Dat vinden we in de definitie die wordt gegeven. Deze luidt: ‘punt waar één elektrisch voertuig wordt aangesloten op de vast aangelegde installatie’. Elke contactdoos afzonderlijk op een laadpaal is volgens NEN 1010 dus één aansluitpunt.

Dan is bepaling 722.533.4 doorslaggevend voor het antwoord. Hierin vinden we dat elk aansluitpunt (dus elke afzonderlijke contactdoos in een laadpaal) moet worden gevoed door een eigen eindgroep, die wordt beschermd door een beveiligingstoestel tegen overstroom.

Pagina's